Spring naar inhoud
Jouw omgeving

STAP-studie

Vervolgbehandeling bij jonge kinderen met ADHD-symptomen en gedragsproblemen?

Status
Afgerond
Thema's
Aandachtsproblemen en druk gedrag (ADHD)

De eerste stap in de behandeling van kinderen tussen 2½ en 6 jaar met symptomen van ADHD en gedragsproblemen is een oudertraining. Wanneer dat niet het gewenste effect heeft (lastig gedrag vermindert en gewenst gedrag neemt toe) vindt vervolgbehandeling plaats. Wij vergeleken de effecten van twee typen vervolgbehandelingen: medicatie (methylfenidaat) en gedragstherapie voor zowel ouders als kind.

De resultaten

  • Het opstandige gedrag verbeterde zowel na behandeling met medicijnen als gedragstherapie, maar kinderen die medicijnen kregen verbeterden duidelijk het meest. De groep kinderen die geen van de twee behandelingen kreeg verbeterde niet.
  • Ouderlijke stress heeft invloed op de manier waarop ouders een kind met druk en opstandig gedrag beoordelen in een vragenlijst. Behandelaren moeten zich hiervan bewust zijn.
  • Oudertraining in de gewone behandelcentra verbetert het opstandige en drukke gedrag van peuters en kleuters volgens ouders, vooral bij moeders die vooraf aangeven moeite te hebben met de opvoeding van het aangemelde kind.

De kinderen die medicijnen kregen verbeterden duidelijk het meest.

Lianne van der Veen, onderzoeker

Wat betekenen de resultaten voor de praktijk?

Door het onderzoek weten we dat, als oudertraining onvoldoende effect heeft, het behandelen met medicatie effectiever is dan het volgen van gedragstherapie. Hierdoor kunnen we de behandeling effectiever inzetten.  

Het onderzoek

In de STAP-studie (Study of Treatment of ADHD and behavior problems in Preschool ADHD) onderzochten we twee vervolgbehandelingen bij kinderen tussen 2½ en 6 jaar met symptomen van ADHD en gedragsproblemen, bij wie oudertraining (de eerste stap in de behandeling) niet voldoende effect heeft gehad op de gedragsproblemen. Het onderzoek bestond uit twee fasen. In de eerste fase kregen de ouders van alle kinderen oudertraining en onderzochten we of er factoren waren die bij zowel de ouders als het kind konden voorspellen welke gezinnen voldoende baat zouden hebben bij uitsluitend oudertraining en welke gezinnen niet. In de twee fase werden de kinderen die onvoldoende reageerden op de oudertraining per loting toebedeeld aan ofwel Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) ofwel een behandeling met het medicijn methylfenidaat. PCIT is een intensieve vorm van (gedrags)therapie waarbij ouders en kind samen in de behandelsessies participeren. Methylfenidaat is een medicijn dat wordt gebruikt voor de behandeling van ADHD bij kinderen vanaf 6 jaar. De werkzaamheid hiervan is bij jongere kinderen tot dusver onvoldoende onderzocht. Beide behandelvormen zijn niet eerder onderling rechtstreeks in een onderzoek vergeleken.

Het onderzoek is gefinancierd door ZoNMw.