Wat bepaalt het lange-termijn beloop van ADHD symptomen?

Achtergrond

Jongeren met ADHD (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder) hebben problemen op het gebied van aandacht, hyperactiviteit en/of impulsiviteit. Door hun drukke en chaotische gedrag functioneren jongeren met ADHD vaak minder goed op school, in het gezin en met andere leeftijdsgenoten. Hierdoor kan de kwaliteit van leven bij jongeren met ADHD ernstig worden aangetast. Zowel omgevings-  als erfelijkheidsfactoren spelen een rol bij het ontstaan en de ontwikkeling van ADHD-symptomen. Genen en omgeving beïnvloeden elkaar: soms heeft een bepaalde omgevingsfactor alleen invloed wanneer men een bepaald gen heeft. Dit noemen we gen-omgevingsinteracties.

Het onderzoek

In dit project onderzochten we of verschillende omgevingsfactoren (zoals zwangerschapsfactoren, opvoeding,  stress) en verschillende genen een rol spelen bij het beloop van ADHD-symptomen bij jongeren van 10 tot 16 jaar. Met de kennis die hieruit voortkomt kan de behandeling beter worden afgestemd op het kind en de ouders/verzorgers. Dit onderzoek kan dus helpen bij het ontwikkelen van een effectievere behandeling van ADHD. De studie maakt deel uit van TRAILS (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey), waarin 2500 Noord-Nederlandse jongeren sinds 2001 in hun ontwikkeling werden gevolgd.

De resultaten

Het onderzoek startte in 2013 en werd afgerond met een promotie in 2018. Hieronder de belangrijkste uitkomsten van het proefschrift (zie ook https://www.rug.nl/about-us/news-and-events/events/phd-ceremonies/?hfId=117878):

(1)    In het eerste onderzoek hebben we gevonden dat complicaties rond de zwangerschap en geboorte in samenspel met kandidaat genen bij ADHD een voorspellende rol hadden op het beloop van ADHD symptomen bij jongeren tussen de 10 en 16 jaar. Dit wil zeggen dat met name jeugdigen met een bepaalde genetische make-up en het tegelijkertijd optreden van risicofactoren (bijvoorbeeld, roken van moeder tijdens de zwangerschap, laag geboortegewicht) hogere ADHD symptomen lieten zien gedurende hun adolescentie. Nog niet eerder was er zo een direct voorspellend verband aangetoond van zwangerschapsfactoren op een meer ongunstig beloop van ADHD symptomen. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen of er inderdaad sprake is van een oorzakelijk verband. Een andere interessante uitkomst van dit onderzoek was dat de invloed van genen over tijd veranderde; de invloed van genen is dus geen statisch gegeven, maar levensloopafhankelijk.  

[Brinksma, D.M., Hoekstra, P.J., Van den Hoofdakker, B., De Bildt, A., Buitelaar, J.K., Hartman, C.A., & Dietrich, A. (2017). Age-dependent role of pre- and perinatal factors in interaction with genes on ADHD symptoms across adolescence. Journal of Psychiatric Research, 90, 110-117.]

(2)   Het tweede onderzoek keek naar de rol van door de jongere ervaren opvoedingsstijlen van ouders op het beloop van ADHD symptomen gedurende de adolescentie. We vonden geen gen-omgeving effecten. De jongeren konden ingedeeld worden in vier verschillende ADHD symptoom trajecten tussen de 10 en 16 jaar: jongeren met laag stabiele, gematigd stabiele, afnemende en aanhoudende ADHD symptomen. Uit de literatuur is bekend dat bij een groot deel van kinderen en jongeren met ADHD, ADHD problematiek blijft bestaan tot in de volwassenheid. Waarom ADHD symptomen in de ene person wel blijven bestaan en in de ander niet is echter nog niet goed bekend. In ons onderzoek vonden wij dat een negatieve opvoedingsstijl (gekenmerkt door ouderlijke afwijzing) in de vroege adolescentie (rond 11 jaar) blijvend hoge ADHD problematiek gedurende de adolescentie (tot het 16e jaar) voorspelde. Dit zou erop kunnen wijzen dat ouderlijk gedrag, of de perceptie daarvan, een negatieve invloed zou kunnen hebben op het blijven bestaan van ADHD problematiek. Echter, ons onderzoeksdesign was niet geschikt om echte oorzakelijkheid aan te tonen. Zeer waarschijnlijk is er een over- en weer interactie tussen ouders en kind. In de behandeling van kinderen en jongeren met ADHD lijkt het belangrijk de houding van de ouders ten opzicht van hun kind met ADHD te betrekken. 

(3)    Ons derde longitudinale onderzoek naar de rol van stress op het beloop van ADHD symptomen liet verrassende uitkomsten zien. Tegen onze verwachting in had het ervaren van stress geen invloed op de hoogte van de ADHD problematiek. Echter, adolescenten die dragers waren van het zogenaamde “stress-genotype” (de S-allele van het serotonine transporter polymorfisme 5-HTTLPR), en die een hogere mate van ADHD problematiek hadden rond het 14e levensjaar werden in grotere mate blootgesteld aan stressoren rond het 16e levensjaar. Dit omvatte stressoren als gepest worden, weinig vrienden hebben, langdurige conflicten met leeftijdsgenoten of familieleden, en het ervaren van een hoge werkdruk op school. Deze resultaten sluiten aan bij theorieën die erop wijzen dat iemands persoonlijkheid bepaalde reacties in zijn/haar omgeving op kan wekken die negatieve gevolgen kunnen hebben. Voor families en behandelaren betekent dit om alert te zijn op een ‘stressgevoelige persoonlijkheid’ en op mogelijke stressvolle omstandigheden in het leven van adolescenten met ADHD, om zodoende tijdig zorg en ondersteuning te kunnen bieden. [Brinksma, D.M., Hoekstra, P.J., Van den Hoofdakker, B., De Bildt, A., Buitelaar, J.K., Hartman, C.A., & Dietrich, A. (2018). ADHD symptoms in middle adolescence predict exposure to person-related life stressors in late adolescence in 5-HTTLPR S-allele homozygotes. Journal of Abnormal Child Psychology, 46(7):1427-1437.]

(4)   In het vierde onderzoek keken wij naar over- en weerverbanden tussen ADHD symptomen en zowel het klimaat op school (ervaren sociale steun door leerkracht en klasgenoten) als het familie klimaat (onderlinge cohesie en steun) gedurende de adolescentie. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van een geavanceerde statistische methode die ‘state’ (veranderlijk component) en ‘trait’ (stabiel kenmerk) van elkaar onderscheidt. Via die weg vonden we dat een hogere mate van ADHD problematiek gepaard gaat met een minder positief school en familie klimaat. Daarnaast vonden we een causaal verband: Een hogere mate van ADHD symptomen van 11-jarigen voorspelden een minder positief familie klimaat op 13-jarige leeftijd. Er is dus een duidelijk verband tussen ADHD symptomen en meer problematische sociale relaties op school en thuis. Opmerkelijk genoeg vonden we een omgekeerd effect later in de adolescentie: hogere ADHD symptomen van 13-jarigen voorspelden een beter familie klimaat op 16-jarige leeftijd! Dit wijst erop dat problemen in de latere fases van de adolescentie neigen te verminderen.     

Onderzoekers

Drs. Djûke Brinksma voerde het onderzoek uit onder begeleiding van dr. Andrea Dietrich, dr. Catharina Hartman en prof. dr. Pieter Hoekstra.

Meer informatie

Website: www.trails.nl
Andrea Dietrich: a.dietrich@accare.nl