Effecten van oudertraining bij kinderen met ADHD en gedragsproblemen

Achtergrond

Kinderen met ADHD en gedragsproblemen vertonen vaak lastig gedrag zoals ongehoorzaamheid en driftbuien. Een van de manieren om gedragsproblemen te verminderen is door ouders een aantal gedragstherapeutische vaardigheden te leren, waarmee ze lastig gedrag van hun kind kunnen verminderen en gewenst gedrag kunnen uitbreiden. Accare Universitair Centrum ontwikkelde zo’n oudertraining, de ‘Behavioral Parent Training Groningen’ (BPTG).
BPTG kan individueel en in een groep gegeven worden en er bestaan versies voor jonge kinderen en voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Ook bestaan er aparte versies voor kinderen met ADHD en kinderen met een autismespectrumstoornis. Binnenkort bestaat  er de tevens mogelijkheid om (een gedeelte van) deze behandeling online te doen (e-health).

Dat oudertraining kan bijdragen aan het verminderen van van gedragsproblemen en van ouderlijke stress, blijkt uit buitenlands (meestal Amerikaans) onderzoek. We weten echter niet of die resultaten ook voor de Nederlandse situatie opgaan.

Het onderzoek

In dit onderzoek stonden de volgende vragen centraal: vermindert de groepsoudertraining de ADHD-symptomen, de gedragsproblemen, de internaliserende problemen (angst en depressieve klachten) en de stress bij de ouders, en heeft de groepsoudertraining invloed op de gewone zorg, bijvoorbeeld op het aantal keren dat kinderen de kinderpsychiater bezoekt of op de medicijnen die de kinderpsychiater voorschrijft.

Dit  behandelonderzoek naar de effecten van de BPTG-groepsoudertraining hebben we gedaan bij 94 kinderen met ADHD en gedragsproblemen, met een IQ boven de 80, in de basisschoolleeftijd.
Alle kinderen doorliepen eerst een reguliere poliklinische fase, waarin diagnostiek, psycho-educatie en eventueel behandeling met medicijnen plaatsvonden. Daarna werden de kinderen (en ouders) die problemen hielden, doorverwezen naar de groepsoudertraining. Eenmaal in het onderzoek werden de kinderen en hun ouders via loting in twee groepen verdeeld: in de ene groep kregen de ouders groepsoudertraining, in de andere groep kwamen de ouders op een wachtlijst voor oudertraining. Ondertussen bleef de reguliere zorg voor alle kinderen in beide groepen gewoon doorgaan.

De resultaten

De kinderen in beide groepen verbeterden  op alle relevante onderdelen: de ADHD-symptomen en de gedragsproblemen namen af, de internaliserende problemen verminderden en de stress bij de ouders daalde. Echter, wanneer de ouders oudertraining kregen, bleken de gedragsproblemen en de internaliserende problemen meer te verbeteren dan bij de kinderen die uitsluitend reguliere zorg kregen. Hierbij maakte het niet uit of de kinderen wel of geen medicijnen gebruikten.
De kinderen met uitsluitend reguliere zorg gebruikten vaker meerdere soorten medicijnen tegelijk dan de kinderen waarvan de ouders oudertraining kregen.
Oudertraining bleek dus een toegevoegde waarde te hebben.

Vervolgonderzoek

Als vervolg op deze resultaten onderzochten we voor welke kinderen en ouders de training meer of juist minder effect heeft. We analyseerden een groot aantal factoren die mogelijk van invloed zijn op het behandelsucces, zoals de leeftijd, het intelligentieniveau, genetische factoren en de bijkomende stoornissen of problemen van het kind. Ook bij de ouders keken we naar verschillende factoren, zoals ADHD-symptomen, depressieve klachten en ouderlijk zelfvertrouwen. Uit die analyses bleek onder meer dat het vertrouwen dat ouders in hun eigen ouderschap hebben van invloed is op de behandelresultaten. Kinderen van ouders die al voor de training meer vertrouwen hadden in hun ouderlijke competentie bleken meer te verbeteren dan kinderen van ouders die aanvankelijk wat minder vertrouwen in zichzelf hadden.

En als oudertraining niet genoeg helpt?

Een volgende stap is onderzoek naar de behandelmogelijkheden voor kinderen die onvoldoende verbeteren na BPTG. We doen dat in de eerste plaats bij jonge kinderen met ADHD-symptomen en gedragsproblemen in de ‘Study into the Treatment of ADHD symptoms and behavioral problems in Preschool children’ (STAP studie).
In de tweede plaats onderzoeken we bij kinderen met ADHD en gedragsproblemen in de basisschoolleeftijd of thuisbehandeling een goede vervolgbehandeling kan zijn als behandeling met oudertraining en eventueel medicijnen onvoldoende effect hebben. Dit gebeurt in de studie adhd@home.

De onderzoekers

Dr. Barbara van den Hoofdakker, Dr. Maaike Nauta, drs. Lianne van der Veen-Mulders, Dr. Sjoerd Sytema, Prof.dr. Paul Emmelkamp, Prof.dr Ruud Minderaa, dr. Pieter Hoekstra

Meer informatie

  • Van den Hoofdakker BJ, Nauta MH, Dijck-Brouwer DA, van der Veen-Mulders L, Sytema S, Emmelkamp PMG, Minderaa RB, Hoekstra PJ (2012). Dopamine transporter gene moderates response to behavioral parent training in children with ADHD: a pilot study. Dev Psychol. 48(2):567-74.
  • Van den Hoofdakker BJ, Nauta MH, Van der Veen-Mulders L, Sytema S, Emmelkamp PMG, Minderaa RB, Hoekstra PJ (2010). Behavioral parent training as an adjunct to routine care in children with attention-deficit/hyperactivity disorder: moderators of treatment response. J Pediatr Psychol. 35(3):317-26.
  • Van den Hoofdakker B.J., Van der Veen-Mulders, L., Sytema, S., Emmelkamp, P.M.G., Minderaa, R.B. & Nauta, M.H. (2007). Effectiveness of behavioral parent training for children with ADHD in routine clinical practice: a randomized controlled study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatr.  46, 1263-1271.
wachttijdTransitie jeugdzorgAdvies