Gemeenten dragen bij aan academische functie

Bij de transitie jeugdzorg is besloten dat gemeenten een bijdrage geven aan de academische functie van de jeugd-ggz-organisaties die verbonden zijn aan een universiteit. Accare is één van die instellingen. 

Onderzoek en opleiding
Dankzij deze bijdrage kan Accare haar academische functie blijven uitoefenen: research, academische zorg, opleiding en kennisverspreiding – allemaal activiteiten die de samenleving ten goede moeten komen. Accare en de gemeenten/regio’s werken samen aan de vormgeving van dit deze functie, waarbij autonomie in de ontwikkeling gekoppeld wordt aan afstemming over concrete projecten in de regio, waarvan de inzichten nadien breder verspreid kunnen worden. Gezamenlijk doel is zorg met steeds betere opbrengsten, liefst tegen lagere kosten.

Jeugdzorg ‘vrij onbekend’ voor gemeenten
‘Met de transitie van de jeugdzorg zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor een zorgveld dat  hen vrij onbekend is,’ aldus Bert Deuling, beleidsadviseur Zorg voor Jeugd bij de gemeente Leeuwarden. ‘Aan de hand van het opvoedingskwadrant willen de Friese gemeenten de zorg voor hun kwetsbare jeugd en voor kinderen met een beperking snel, dichtbij, integraal en effectief organiseren. De wijk- en gebiedsteams moeten daarin een sleutelrol gaan vervullen. Die rol is vaak op heel verschillende manieren ingevuld.’

‘Vergelijkend onderzoek onontbeerlijk’
‘De praktijk zal moeten uitwijzen welke werkwijzen en methodieken in welke situaties  het beste werken,’ vervolgt hij. ‘In deze eerste jaren van transformatie zal veel geleerd moeten worden. Wat draagt daadwerkelijk en bewezen bij aan de kwaliteitsverbetering en effectiviteit van de jeugdzorg? Daarvoor is vergelijkend onderzoek onontbeerlijk. De Friese gemeenten investeren net als de andere noordelijke gemeenten gezamenlijk  in de academische onderzoeks- en opleidingsfunctie van Accare. We willen graag met de onderzoekskennis van Accare die kwaliteitsverbetering geleidelijk bereiken.

Friese gemeenten
In verschillende Friese gemeenten zijn initiatieven ontwikkeld die aan die kwaliteitsverbetering moeten bijdragen. Zo is in 2015 gestart met het zogeheten deskundigenadvies (in 2016 de ‘kortdurende ondersteuning’),  waarbij wijk- en gebiedsteams deskundigen van de jeugdzorginstellingen kunnen raadplegen of deze deskundigen aan de wijkteams zijn toegevoegd. Bert Deuling:  ‘Vragen daarbij zijn: Gaat dat het soepel op- en afschalen met de deskundigen vanuit de jeugdzorginstellingen bewerkstelligen? Leidt dat tot het eerder inzetten van nodige interventies? Wordt de deskundigheid van de wijk- en gebiedsteammedewerkers daardoor vergroot?’

Kennis voor de toekomst
Daarnaast zijn bij huisartsenpraktijken praktijkondersteuners ingezet specifiek voor het signaleren van GGZ-problematiek bij kinderen. Hierbij gaat het erom of stoornissen bij kinderen daardoor eerder gesignaleerd worden, of de zorg en ondersteuning op die manier laagdrempeliger kan worden geboden en of het tot een besparing van de kosten op de jeugdzorg leidt.
‘Op deze vragen kunnen alleen antwoorden gevonden worden na wetenschappelijk onderzoek. Dat levert voor de toekomst kennis op, die bijdraagt aan de doelstellingen van het beleid van de Friese gemeenten,’ besluit Deuling.